expo 2011
 

Doe alsof het jouw eigen huis is

Een installateur dient aan een woning te werken alsof het zijn eigen huis is. Dan komt het wel goed met de kwaliteit; zo’n betrokkenheid zorgt ervoor dat de installatie het over pakweg tien jaar nog steeds goed doet.
Dit menen fabrikanten die deel uitmaken van renovatieprojecten.

ING verwacht in 2011 een productie van 60.000 nieuwe woningen in heel Nederland. Van nieuwbouw moet de bouwsector het dus niet hebben. Er is dan ook meer aandacht voor renovatie. Dat vereist kennis bij de installateurs, want renovatie is per definitie maatwerk. “Je hebt kennis nodig van de oude situatie en  van de nieuwe mogelijke oplossingen. Hierbij moet je dan oog hebben voor de samenhang van alle producten  binnen een installatie.
Daarbij mag een installateur zich kwetsbaar opstellen: erkennen dat je niet alles weet. Maar wel zorgen dat hij in
een netwerk zit waar hij de benodigde kennis vandaan kan halen: groothandel en leveranciers. Leveranciers hebben immers de meeste kennis van hun producten en contact leidt tot betere kwaliteit en dienstverlening van de installateur.”

Dit is kort gezegd de uitkomst van een gesprek met een aantal fabrikanten over de renovatiemarkt. De discussie is gevoerd door Rob Tazelaar (Walraven), Felix Fonville (Burgerhout), Martin Hutjes (Durinck) en Karl Czenki (Reflex)(Walraven). Jan Blom, marketing manager van Nefit kon helaas niet bij het gesprek aanwezig zijn.

Installatie is emotie
Ze constateren dat de installateur aan het eind van de rit zit en dat het zaak is tijdig duurzame en kwalitatief hoogstaande oplossingen aan te bieden of in het bestek te krijgen. “We beginnen vaak met een goudgerand bestek en soms houd je een mestkar over, omdat overal op wordt bezuinigd. Dan moet je als installateur wel stevig in je schoenen staan als je betere oplossingen wilt voorstellen. Niet alleen de prijs, maar zeker ook de kwaliteit en/of energiebesparing moet leidend zijn. Daarin willen wij hem steunen”, is de algemene opvatting. Dat gebeurt onder meer door slim en snel bevestigen mogelijk te maken, waardoor de arbeidskosten lager uitvallen en meer ruimte komt voor kwalitatief betere oplossingen.

Er speelt nog iets mee: klanten zijn niet trots op hun warmwatervoorziening of elektrische installatie. Bij de housewarmingparty laat niemand vol verrukking het technische gedeelte zien. “Dat is een werkelijkheid waar de installateur mee te maken heeft. Toch kan hij proberen die emotie over te brengen.” Dat vereist kennis over alle aspecten van de installatie. Van cv-ketel en expansievat (“Ik roep al twaalf jaar dat de voordruk 1 bar moet zijn in plaats van een half”, kan Czenki niet nalaten op te merken) tot radiatoren en dakdoorvoeren.

Meer controle nodig
Dit betekent volgens het gezelschap dat de installateur niet alleen monteur is, maar in veel gevallen ook adviseur. Denken in kansen, is het parool. Een nieuwe ketel met verroeste radiatoren en niet (goed) geïsoleerde leidingen leidt tot slechte prestaties van het complete systeem. Een afstemming van de hydraulische balans, door inregelen van radiatorafsluiters en/of het plaatsen van thermostatische afsluiters leidt direct tot comfortverbetering en energiebesparing.

Er zijn, zo constateren zij, meer controles nodig op de uitvoering van renovatiewerkzaamheden. “Er zijn nauwelijks onafhankelijke controleurs. De installateur moet het zelf doen. Dat is zoiets als de slager die zijn eigen vlees keurt. We renoveren ongeveer 400.000 verwarmingsinstallaties per jaar; een goede controle op de kwaliteit is meer dan welkom.” Hoop komt uit Europa met de Richtlijn Eco-design. “Installateurs verdiepen zich hierin, omdat dit soort ontwikkelingen mogelijkheden bieden voor kwalitatief betere installaties.”